In februari 2017 trokken we met vier mensen voor een maand
doorheen India, vooral door Radjasthan. Dit reisverslag bevat een persoonlijk
relaas doorspekt met enkele thematische bedenkingen. Het is niet de bedoeling om
een volledig beeld te schetsen van India vandaag. Daarvoor was ons verblijf te
kort. Maar het land heeft wel belangrijke indrukken nagelaten en die delen we
graag met wie daar in geïnteresseerd is. Hierbij het gevolgde traject van ruim
2300 kilometer. Veel leesplezier.
India 2017
donderdag 2 maart 2017
Aankomst in Delhi
Rond één uur in de nacht komen we aan op Delhi International Airport.
De controle bij de aankomst is de strengste die we ooit hebben gekend. Je moet
zelfs je vingerafdrukken laten nemen. Het neemt allemaal heel wat tijd in
beslag. Een taxichauffeur zou ons opwachten om ons naar het hotel te brengen.
Aan de ingang van de luchthaven krioelt het van de taxichauffeurs met bordjes.
Maar nergens vinden we hèt bordje dat ons de nodige rust bezorgt: “Vivek-hotel”.
Na nog wat heen en weer lopen, rest ons maar één ding: het hotel bellen. De nachtwaker
van dienst weet ons te vertellen dat de chauffeur heeft gewacht, maar al is
vertrokken. Het oponthoud bij de grenscontrole duurde hem blijkbaar te lang. “Bel
de driver maar, hier heb je het nummer”. Ik bel de man in de hoop dat hij
Engels spreekt en bereid is terug te keren. We hebben geluk. Tien minuutjes
later komt hij al wuivend aan. Hij kan niet ver weg geweest zijn. We stappen
met onze valiezen naar zijn auto. Dat blijkt een kleine gammele kar te zijn met
weinig plek in de koffer want daar steekt een grote gastank in. We weten er
toch nog twee valiezen in te proppen.
De andere twee moeten op het dak.
"Heb je een riem of een koord om die vast te leggen," vraag ik aan de
chauffeur. Hij valt uit de lucht. “Is safe,” zegt hij met een blik vol
verwondering. Valiezen op het dak van zijn gammele kar is blijkbaar dagelijkse
kost. Plots schiet mij te binnen dat we een slot hebben gekocht om onze bagage
vast te maken. Ik haal het slot uit mijn rugzak en draai het rond de valiezen
en het bagagerek. We kunnen vertrekken. Na een kwartiertje rijden over wegen
met putten en bulten zegt hij plots “One minute,” terwijl hij afslaat. “Need
CNG”. Dat staat voor “car natural gaz”. Hij moet tanken, midden in de nacht. De
pomphouders werken hier blijkbaar de klok rond. Wat bij ons nu gepromoot wordt,
CNG, is hier blijkbaar al flink ingeburgerd. "Zero polution," voegt
hij er aan toe. We geloven hem op zijn woord. We weten nog niet beter en ’s
nachts kan je moeilijk zien of het mist of smog is die over de stad hangt. Na
een half uur komen we aan in ons hotel. Ondertussen is het al 4 uur in de
nacht. Ons avontuur kan beginnen.
New Delhi, dag 1
Na het ontbijt op het dakterras van
ons hotel, willen we vooral ons ‘roepie-probleem’ oplossen. Zonder Indiase
munten kunnen we hier weinig beginnen. We hebben een beperkt voorraad mee
vanuit België, maar onvoldoende om de volgende dagen door te komen. We gaan op
zoek naar een geldautomaat wetende dat er problemen zijn. In november heeft de
Indiase regering de bestaande biljetten van 500 en 1000 roepies uit omloop
genomen. Dit om de zwarte markt stokken in de wielen te steken. Maar men slaagt
er niet in om voldoende biljetten aan te leveren. Gevolg, ATM's zijn meer leeg
dan gevuld. En als er opnieuw biljetten in de automaten zitten, dan worden ze
op de kortste keren leeg geplunderd door mensen die geld nodig hebben. Er is
een flink tekort aan baar geld in India. Dat heeft een enorm effect op het
leven van de mensen hier, en dus ook op ons. Na een vijftal pogingen vinden we
toch een ATM die biljetten lost.
We kunnen op stap.We nemen de metro naar het
Red Fort. Het fort is blijkbaar gesloten maar op de velden voor het fort is er
een groot festival,’Incredible India’. Met muziek, infostands en lekker eten
presenteert het Ministerie van Toerisme de mooiste kanten van het land aan de bezoekers,
hoofdzakelijk de iets beter bemiddelde Indische mensen. De sfeer is prima en we
brengen er een paar uurtjes door om te genieten van wat ons de komende weken te
wachten staat.
Niet ver van het Red Fort ligt de
grootste en oudste moskee van India, de Masjid-i-Jahan Numa, ook de
Vrijdagmoskee genoemd. De moskee dateert van 1656. Het is een prachtig complex,
met daarrond een gigantisch groot terrein waar duizenden mensen kunnen plaats
nemen. We laten ons verleiden om een gids te nemen, de eerste en de laatste
keer in India, want de meerwaarde was klein en de kost in verhouding groot. We
betalen duidelijk leergeld.
New Delhi, dag 2
We willen deze miljoenenstad (meer dan 16 miljoen inwoners) beter
leren kennen en nemen een taxi die ons naar de belangrijkste plaatsen in Delhi
brengt. We beginnen bij de grote hindoe tempel Birla Mandir. Wat ons meteen
opvalt is het swastikateken dat hier in grote getale op de tempel prijkt. Het
geeft ons een raar gevoel om hier het symbool van de nazi’s, wel in licht
afwijkende vorm, op tempels terug te vinden. Wij Westerlingen associëren het symbool
met het nazisme, maar in de loop van de geschiedenis is het een vaak gebruikt
symbool, niet alleen binnen het hindoeïsme en jaïnisme maar ook binnen het
boeddhisme.
We gaan liever een kijkje nemen in de Lodi Gardens, een prachtig park met daarin een paar oude, maar mooie restanten van tempels. Van daaruit trekken we verder weg naar de rand van de stad, naar de gigantisch grote minaret, de Qutub Minar.
Het is een van de beste voorbeelden van de islamitische architectuur in India. De toren is 72,5 m hoog en de hoogste stenen toren van India. De bouw van de toren begon reeds in 1193 onder Qutb-ud-din Aybak, de eerste islamitische heerser over Delhi, en werd uiteindelijk pas in 1368 voltooid. De verschillen in architectonische stijl zijn duidelijk te zien. Een prachtig complex dat in 1993 tot werelderfgoed werd verklaard. Dit is echt een indrukwekkend bouwwerk, wetende dat het meer dan 700 jaar oud is en de tand des tijds heeft doorstaan.
We ronden onze goed gevulde dag af met een bezoek aan de prachtige Humayun’s Tomb. Het basisidee van de Humayuns tombe, een grote tombe in een symmetrisch aangelegde tuin, werd door de latere Mogols overgenomen bij het bouwen van de grafmonumenten zoals de Taj Mahal in Agra.
New Delhi, dag 3
We verkennen verder de stad en huren ditmaal een autoriksja om ons gans de dag rond te brengen.
We beginnen met de National Gallery of Modern Art. Het prachtige gebouw ligt in
een mooie buurt. Op het grasveld voor het gebouw staan tal van moderne beelden.
Binnenin is het een pareltje van moderne architectuur. Vijf verdiepingen die
mooi in mekaar overgaan met een middenplein dat een open en ruim gevoel geeft.
De collectie is zeer uitgebreid. En zoals meestal in een museum zijn er werken
die er uitspringen en andere die je minder aanspreken. Maar globaal genomen is
de collectie van een behoorlijk niveau. Men zou misschien iets selectiever
kunnen zijn om op die manier enkel de topwerken te behouden, maar wie zijn wij
om daar over te oordelen. Onze riksja-driver is ons blijven opwachten. Het is
een leuke jongen die vlot Engels spreekt en ons overal wil rondvoeren, wetende
dat hij met onze dagtocht meer kan verdienen dan met allerlei kleine ritjes
waar hij maar 10 roepies per persoon kan rekenen.
De eerstvolgende stop is het Indira
Gandhi-museum. Dat is gevestigd in het gebouw waar Indira Gandhi heeft geleefd
en is vermoord. Drie generaties Gandhi zijn door kogels gesneuveld. Mahatma Gandhi,
zijn dochter Indira en daarna haar zoon Rajiv Gandhi. Er is opvallend veel volk
op bezoek in het museum, hoofdzakelijk vrouwen. Indira heeft duidelijk nog veel
aanhangers, vooral onder de vrouwen. De laatste stappen die ze heeft gezet in
haar tuin waar ze werd vermoord, zijn bedekt met een kristallen monument, een
beetje als tranen die over haar geweend zijn.
We zetten onze tocht verder. We komen langs een vuilniswagen, de
eerste die we in Delhi zien. Hier oogt alles zeer proper. “Logisch”, zegt onze
chauffeur, “want achter de hoek is de woning van de eerste minister. Hier moet
alles proper zijn. Maar in de wijken waar de gewone mensen wonen, daar blijft
het vuilnis op de straten liggen en komt de vuilkar amper langs.” We merken het
want vlak bij ons hotel zien we het vuil op hoopjes samen geveegd liggen.
Onze chauffeur vertelt ons dat de dinsdag de dag van de god van de
apen is. ”In de hindoe godsdienst zijn apen heilig”, vertelt hij. Je moet de
dieren dus goed verzorgen en respecteren. Dit geldt niet alleen voor de koeien,
maar ook voor de apen en zeker voor de vogels. Eerder op onze trip was onze
chauffeur al gestopt om de duiven eten te geven. Een zakje met graan dat heel
de tijd onder zijn voeten lag, strooit hij hier met zichtbaar genoegen uit. Zijn
goede daad van de dag is gesteld. Als we aan het park aankomen, is een man de
apen aan het voederen. “Je zal zien dat vandaag heel wat mensen de apen komen
voederen, omwille van de feestdag van hun god”, vertelt onze chauffeur ons nog.
En inderdaad er zijn nog mensen die afzakken naar de plek. Sommigen chauffeurs
stoppen even en gooien bananen uit het raam. Een poepchique dame komt even uit
de wagen gelopen om wat mais naar de apen te gooien, maar loopt dan snel weg
want ze heeft duidelijk schrik van die brave beestjes. Een wat oudere man heeft
een hele zak vol fruit bij en geeft ze stuk voor stuk aan de aapjes. Hij is
echt hun grote vriend. Ik film het leuke tafereel.
We rijden terug naar Old Delhi. Onderweg stoppen we nog even om
bij een ATM geld bij te tanken. Na twee pogingen lukt het ons om geld uit de
muur te krijgen. Een rij wachtenden is ons voor en tegen dat wij aan de beurt
zijn, staat achter ons opnieuw een lange rij aan te schuiven. Van hieruit
trekken we naar het treinstation van New Delhi. We willen dit wel eens bekijken.
We kopen een platformticket en gaan het station binnen. Er staat een scanner
voor de bagage, maar we stappen er gewoon langs. Niemand spreekt ons aan,
niemand vraagt ons ticket. Het is een drukte van jewelste. Treinen staan klaar
om te vertrekken of komen net aan. Mensen zeulen met pakken en bagage. Karren
vol ingepakte goederen staan op de perrons klaar om ingeladen te worden. Op de
perrons stinkt het naar de urine. Tussen de sporen lopen de ratten, ook heilige
beesten in India. De treinwagons derde klasse lijken recht uit de tweede
wereldoorlog te komen. Als je ergens het verschil kan zien tussen China en
India, dan zie je dit aan de stations. In China krioelt het ook van het volk,
maar daar is alles proper en goed georganiseerd. Hier is het een rattennest en
een chaos. Tijd om dit door te spoelen want morgen verlaten we Delhi.
India: een land met geldproblemen
"Let op, want er zijn geldproblemen in India", vertelden
kenners ons voor ons vertrek. "Neem zeker wat euro's mee want de
bankautomaten werken vaak niet." En inderdaad, op 14 november 2016 had de
Indiase regering de biljetten van 500 en 1000 roepies uit circulatie genomen en
vervangen door nieuwe. Men wilde hiermee het zwart geld verplichten om boven
water te komen. Volgens sommige bronnen zouden er ook valsmunters in geslaagd
geweest zijn de biljetten te vervalsen. Toeval of niet, deze biljetten zijn de
meest gebruikte biljetten in India.
Al van bij de eerste dag in Delhi merken we dat er problemen zijn.
Alle ATM's in de buurt van ons hotel zijn buiten gebruik. “No cash” staat vaak
te lezen op een briefje aan de deur. We moeten een eind weg naar de Bank of
India om roepies uit de muur te halen. Waar er een automaat is met geld in,
vormt zich meteen een lange file van wachtende mensen. De gsm werkt als de
tamtam vroeger. Na een seintje van vrienden spoeden mensen zich met de brommer
naar de gevulde ATM. Vaak komt men van een kale reis terug want op een mum van
tijd is alle beschikbare cash uit de automaat gehaald. Hoe is het zover kunnen
komen dat gewone mensen (en toeristen ) hun tijd moeten verdoen om aan geld te
geraken? Volgens een hoteleigenaar had de regering voldoende geld voorzien om
aan iedereen te verdelen, maar er is enorm veel corruptie in het land. Bankiers
hebben grote sommen nieuw geld gebruikt om deze door te sluizen naar rijken die
hun zwart geld wilden witwassen in plaats van het onder de bevolking te
verdelen. Als men de schuldigen vindt, dan worden die wel gestraft, maar
corruptie is niet altijd makkelijk te bewijzen. Resultaat is een economische
puinhoop.
De voorspelling van de economische groei heeft men al met ruim een
half procent naar beneden moeten bijsturen. Want heel veel mensen in India
werken in de informele economie. Dagloners kunnen vaak niet uitbetaald worden
en worden werkloos of moeten wachten op hun centen. Landbouwers kunnen geen
nieuw plantgoed of zaden kopen omdat ze geen cash geld hebben. Men verwacht dat
de oogst volgend jaar 10 tot 15% lager zal liggen dan verwacht, omwille van de
geldproblemen. Kleine bedrijven kunnen hun personeel niet uitbetalen want niet
alle mensen beschikken hier over een bankrekening. Enzovoort… Kortom, een goed
bedoelde maatregel is compleet de mist in gegaan omwille van de welig tierende
corruptie.
Nawalgargh en zijn haveli’s
We verlaten New Delhi en beginnen aan onze reis door Radjastan
. Na veel wikken en wegen hebben we gekozen voor een trip met een auto en niet
voor de combinatie van bus en trein. Deze keuze spaart ons veel tijd uit bij
het zoeken naar transport en is zo te zien niet echt duurder dan een combinatie
van bus en trein.
Onze eerste stop is Nawalgargh, op ongeveer 250 kilometer van
Delhi. Drie uurtjes rijden zou je denken, maar niet zo in India. De eerste
hindernis bestaat er in om weg te geraken uit het verkeerskluwen van Delhi. We
rijden van de ene file naar de andere opstopping. Na ruim 2 uur geraken we
Delhi uit en komen we een beetje vooruit. Maar het is weer snel voorbij, zodat
we onze illusie om tegen de middag ter plekke te zijn, snel kunnen opbergen
want de wegen zijn hier in erbarmelijke staat. Na een rit van acht uur komen we
eindelijk op onze bestemming aan. Het lijken hier bijna Afrikaanse toestanden
in het verkeer. De ecolodge waar we twee kamers hebben gereserveerd, is een
prachtige plek waar we ons direct thuis voelen. De eigenaar van het complex
probeert zo ecologisch mogelijk te leven en trekt dat ook door naar zijn
klanten. Geen water laten verloren gaan, zelf groenten kweken, enkel
vegetarische eten, geen alcohol enz... We hebben niet direct een reis à la
Tournee Minerale voor ogen, maar gedurende drie dagen lijkt ons dit prima.
Na een rustige nacht trekken we de stad in. "Eigenlijk
is het maar een gemeente”, zegt de patron, “want met zijn 70.000 inwoners mag
je er in India het predicaat stad niet opkleven. Hier hebben steden minstens 1
miljoen inwoners." We zwijgen als vermoord, want Sint-Niklaas heeft net
hetzelfde aantal inwoners en wij dachten dat we in een grote centrumstad wonen.
Nawalgargh is gekend voor zijn Haveli's. Dit zijn sjieke
koopmanswoningen uit het begin van de 20ste eeuw. Nawalgargh was een halte op
de zijderoute waardoor in deze gemeente heel wat Haveli's werden gebouwd. De
mooiste en best bewaarde (en mooi gerestaureerde) is die van Podhar, een rijke
koopman. Indiase kooplui mochten in die tijd zaken doen, als ze maar hun taksen
betaalden aan de Britten. De rijkdom van de familie Podhar vormde later een
trust en niemand minder dan Gandhi werd voorzitter van deze trust. Daarom dat
er ook een kamer van de haveli aan Gandhi is gewijd. We wandelen verder door de
stad op zoek naar andere haveli's. Er zijn er nog heel wat, maar we kunnen er
alleen maar één bezoeken. Mooi maar wel eenvoudiger dan het Podhar-museum. Om
terug naar onze lodge te geraken, nemen we een riksja. Ze hebben hier prachtig
versierde, kitscherige voertuigen waarin we wel eens een ritje willen maken.
Abonneren op:
Posts (Atom)



















