donderdag 2 maart 2017

Een maand door India – een reisverslag


In februari 2017 trokken we met vier mensen voor een maand doorheen India, vooral door Radjasthan. Dit reisverslag bevat een persoonlijk relaas doorspekt met enkele thematische bedenkingen. Het is niet de bedoeling om een volledig beeld te schetsen van India vandaag. Daarvoor was ons verblijf te kort. Maar het land heeft wel belangrijke indrukken nagelaten en die delen we graag met wie daar in geïnteresseerd is. Hierbij het gevolgde traject van ruim 2300 kilometer. Veel leesplezier. 

Aankomst in Delhi

Rond één uur in de nacht komen we aan op Delhi International Airport. De controle bij de aankomst is de strengste die we ooit hebben gekend. Je moet zelfs je vingerafdrukken laten nemen. Het neemt allemaal heel wat tijd in beslag. Een taxichauffeur zou ons opwachten om ons naar het hotel te brengen. Aan de ingang van de luchthaven krioelt het van de taxichauffeurs met bordjes. Maar nergens vinden we hèt bordje dat ons de nodige rust bezorgt: “Vivek-hotel”. Na nog wat heen en weer lopen, rest ons maar één ding: het hotel bellen. De nachtwaker van dienst weet ons te vertellen dat de chauffeur heeft gewacht, maar al is vertrokken. Het oponthoud bij de grenscontrole duurde hem blijkbaar te lang. “Bel de driver maar, hier heb je het nummer”. Ik bel de man in de hoop dat hij Engels spreekt en bereid is terug te keren. We hebben geluk. Tien minuutjes later komt hij al wuivend aan. Hij kan niet ver weg geweest zijn. We stappen met onze valiezen naar zijn auto. Dat blijkt een kleine gammele kar te zijn met weinig plek in de koffer want daar steekt een grote gastank in. We weten er toch nog twee valiezen in te proppen. 

De andere twee moeten op het dak. "Heb je een riem of een koord om die vast te leggen," vraag ik aan de chauffeur. Hij valt uit de lucht. “Is safe,” zegt hij met een blik vol verwondering. Valiezen op het dak van zijn gammele kar is blijkbaar dagelijkse kost. Plots schiet mij te binnen dat we een slot hebben gekocht om onze bagage vast te maken. Ik haal het slot uit mijn rugzak en draai het rond de valiezen en het bagagerek. We kunnen vertrekken. Na een kwartiertje rijden over wegen met putten en bulten zegt hij plots “One minute,” terwijl hij afslaat. “Need CNG”. Dat staat voor “car natural gaz”. Hij moet tanken, midden in de nacht. De pomphouders werken hier blijkbaar de klok rond. Wat bij ons nu gepromoot wordt, CNG, is hier blijkbaar al flink ingeburgerd. "Zero polution," voegt hij er aan toe. We geloven hem op zijn woord. We weten nog niet beter en ’s nachts kan je moeilijk zien of het mist of smog is die over de stad hangt. Na een half uur komen we aan in ons hotel. Ondertussen is het al 4 uur in de nacht. Ons avontuur kan beginnen.

New Delhi, dag 1

Na het ontbijt op het dakterras van ons hotel, willen we vooral ons ‘roepie-probleem’ oplossen. Zonder Indiase munten kunnen we hier weinig beginnen. We hebben een beperkt voorraad mee vanuit België, maar onvoldoende om de volgende dagen door te komen. We gaan op zoek naar een geldautomaat wetende dat er problemen zijn. In november heeft de Indiase regering de bestaande biljetten van 500 en 1000 roepies uit omloop genomen. Dit om de zwarte markt stokken in de wielen te steken. Maar men slaagt er niet in om voldoende biljetten aan te leveren. Gevolg, ATM's zijn meer leeg dan gevuld. En als er opnieuw biljetten in de automaten zitten, dan worden ze op de kortste keren leeg geplunderd door mensen die geld nodig hebben. Er is een flink tekort aan baar geld in India. Dat heeft een enorm effect op het leven van de mensen hier, en dus ook op ons. Na een vijftal pogingen vinden we toch een ATM die biljetten lost. 

We kunnen op stap.We nemen de metro naar het Red Fort. Het fort is blijkbaar gesloten maar op de velden voor het fort is er een groot festival,’Incredible India’. Met muziek, infostands en lekker eten presenteert het Ministerie van Toerisme de mooiste kanten van het land aan de bezoekers, hoofdzakelijk de iets beter bemiddelde Indische mensen. De sfeer is prima en we brengen er een paar uurtjes door om te genieten van wat ons de komende weken te wachten staat.


Niet ver van het Red Fort ligt de grootste en oudste moskee van India, de Masjid-i-Jahan Numa, ook de Vrijdagmoskee genoemd. De moskee dateert van 1656. Het is een prachtig complex, met daarrond een gigantisch groot terrein waar duizenden mensen kunnen plaats nemen. We laten ons verleiden om een gids te nemen, de eerste en de laatste keer in India, want de meerwaarde was klein en de kost in verhouding groot. We betalen duidelijk leergeld. 

New Delhi, dag 2

We willen deze miljoenenstad (meer dan 16 miljoen inwoners) beter leren kennen en nemen een taxi die ons naar de belangrijkste plaatsen in Delhi brengt. We beginnen bij de grote hindoe tempel Birla Mandir. Wat ons meteen opvalt is het swastikateken dat hier in grote getale op de tempel prijkt. Het geeft ons een raar gevoel om hier het symbool van de nazi’s, wel in licht afwijkende vorm, op tempels terug te vinden. Wij Westerlingen associëren het symbool met het nazisme, maar in de loop van de geschiedenis is het een vaak gebruikt symbool, niet alleen binnen het hindoeïsme en jaïnisme maar ook binnen het boeddhisme. 

Na een eerste onderdompeling in de hindoe cultuur rijden we door naar de India Gate. “Moet je zeker bezoeken,” vertelt onze chauffeur. Het is een bombastische triomfboog ter ere van de soldaten uit Brits-Indië die in de Eerste Wereldoorlog voor het Britse Rijk gestorven zijn. Niet echt aantrekkelijk, maar het wemelt er wel van de toeristen.

We gaan liever een kijkje nemen in de Lodi Gardens, een prachtig park met daarin een paar oude, maar mooie restanten van tempels. Van daaruit trekken we verder weg naar de rand van de stad, naar de gigantisch grote minaret, de Qutub Minar.

Het is een van de beste voorbeelden van de islamitische architectuur in India. De toren is 72,5 m hoog en de hoogste stenen toren van India. De bouw van de toren begon reeds in 1193 onder Qutb-ud-din Aybak, de eerste islamitische heerser over Delhi, en werd uiteindelijk pas in 1368 voltooid. De verschillen in architectonische stijl zijn duidelijk te zien. Een prachtig complex dat in 1993 tot werelderfgoed werd verklaard. Dit is echt een indrukwekkend bouwwerk, wetende dat het meer dan 700 jaar oud is en de tand des tijds heeft doorstaan.

We ronden onze goed gevulde dag af met een bezoek aan de prachtige Humayun’s Tomb. Het basisidee van de Humayuns tombe, een grote tombe in een symmetrisch aangelegde tuin, werd door de latere Mogols overgenomen bij het bouwen van de grafmonumenten zoals de Taj Mahal in Agra.

New Delhi, dag 3

We verkennen verder de stad en huren ditmaal  een autoriksja om ons gans de dag rond te brengen. We beginnen met de National Gallery of Modern Art. Het prachtige gebouw ligt in een mooie buurt. Op het grasveld voor het gebouw staan tal van moderne beelden. Binnenin is het een pareltje van moderne architectuur. Vijf verdiepingen die mooi in mekaar overgaan met een middenplein dat een open en ruim gevoel geeft. De collectie is zeer uitgebreid. En zoals meestal in een museum zijn er werken die er uitspringen en andere die je minder aanspreken. Maar globaal genomen is de collectie van een behoorlijk niveau. Men zou misschien iets selectiever kunnen zijn om op die manier enkel de topwerken te behouden, maar wie zijn wij om daar over te oordelen. Onze riksja-driver is ons blijven opwachten. Het is een leuke jongen die vlot Engels spreekt en ons overal wil rondvoeren, wetende dat hij met onze dagtocht meer kan verdienen dan met allerlei kleine ritjes waar hij maar 10 roepies per persoon kan rekenen. 

De eerstvolgende stop is het Indira Gandhi-museum. Dat is gevestigd in het gebouw waar Indira Gandhi heeft geleefd en is vermoord. Drie generaties Gandhi zijn door kogels gesneuveld. Mahatma Gandhi, zijn dochter Indira en daarna haar zoon Rajiv Gandhi. Er is opvallend veel volk op bezoek in het museum, hoofdzakelijk vrouwen. Indira heeft duidelijk nog veel aanhangers, vooral onder de vrouwen. De laatste stappen die ze heeft gezet in haar tuin waar ze werd vermoord, zijn bedekt met een kristallen monument, een beetje als tranen die over haar geweend zijn.

We zetten onze tocht verder. We komen langs een vuilniswagen, de eerste die we in Delhi zien. Hier oogt alles zeer proper. “Logisch”, zegt onze chauffeur, “want achter de hoek is de woning van de eerste minister. Hier moet alles proper zijn. Maar in de wijken waar de gewone mensen wonen, daar blijft het vuilnis op de straten liggen en komt de vuilkar amper langs.” We merken het want vlak bij ons hotel zien we het vuil op hoopjes samen geveegd liggen.
Onze chauffeur vertelt ons dat de dinsdag de dag van de god van de apen is. ”In de hindoe godsdienst zijn apen heilig”, vertelt hij. Je moet de dieren dus goed verzorgen en respecteren. Dit geldt niet alleen voor de koeien, maar ook voor de apen en zeker voor de vogels. Eerder op onze trip was onze chauffeur al gestopt om de duiven eten te geven. Een zakje met graan dat heel de tijd onder zijn voeten lag, strooit hij hier met zichtbaar genoegen uit. Zijn goede daad van de dag is gesteld. Als we aan het park aankomen, is een man de apen aan het voederen. “Je zal zien dat vandaag heel wat mensen de apen komen voederen, omwille van de feestdag van hun god”, vertelt onze chauffeur ons nog. En inderdaad er zijn nog mensen die afzakken naar de plek. Sommigen chauffeurs stoppen even en gooien bananen uit het raam. Een poepchique dame komt even uit de wagen gelopen om wat mais naar de apen te gooien, maar loopt dan snel weg want ze heeft duidelijk schrik van die brave beestjes. Een wat oudere man heeft een hele zak vol fruit bij en geeft ze stuk voor stuk aan de aapjes. Hij is echt hun grote vriend. Ik film het leuke tafereel.


We rijden terug naar Old Delhi. Onderweg stoppen we nog even om bij een ATM geld bij te tanken. Na twee pogingen lukt het ons om geld uit de muur te krijgen. Een rij wachtenden is ons voor en tegen dat wij aan de beurt zijn, staat achter ons opnieuw een lange rij aan te schuiven. Van hieruit trekken we naar het treinstation van New Delhi. We willen dit wel eens bekijken. We kopen een platformticket en gaan het station binnen. Er staat een scanner voor de bagage, maar we stappen er gewoon langs. Niemand spreekt ons aan, niemand vraagt ons ticket. Het is een drukte van jewelste. Treinen staan klaar om te vertrekken of komen net aan. Mensen zeulen met pakken en bagage. Karren vol ingepakte goederen staan op de perrons klaar om ingeladen te worden. Op de perrons stinkt het naar de urine. Tussen de sporen lopen de ratten, ook heilige beesten in India. De treinwagons derde klasse lijken recht uit de tweede wereldoorlog te komen. Als je ergens het verschil kan zien tussen China en India, dan zie je dit aan de stations. In China krioelt het ook van het volk, maar daar is alles proper en goed georganiseerd. Hier is het een rattennest en een chaos. Tijd om dit door te spoelen want morgen verlaten we Delhi.

India: een land met geldproblemen

"Let op, want er zijn geldproblemen in India", vertelden kenners ons voor ons vertrek. "Neem zeker wat euro's mee want de bankautomaten werken vaak niet." En inderdaad, op 14 november 2016 had de Indiase regering de biljetten van 500 en 1000 roepies uit circulatie genomen en vervangen door nieuwe. Men wilde hiermee het zwart geld verplichten om boven water te komen. Volgens sommige bronnen zouden er ook valsmunters in geslaagd geweest zijn de biljetten te vervalsen. Toeval of niet, deze biljetten zijn de meest gebruikte biljetten in India.


Al van bij de eerste dag in Delhi merken we dat er problemen zijn. Alle ATM's in de buurt van ons hotel zijn buiten gebruik. “No cash” staat vaak te lezen op een briefje aan de deur. We moeten een eind weg naar de Bank of India om roepies uit de muur te halen. Waar er een automaat is met geld in, vormt zich meteen een lange file van wachtende mensen. De gsm werkt als de tamtam vroeger. Na een seintje van vrienden spoeden mensen zich met de brommer naar de gevulde ATM. Vaak komt men van een kale reis terug want op een mum van tijd is alle beschikbare cash uit de automaat gehaald. Hoe is het zover kunnen komen dat gewone mensen (en toeristen ) hun tijd moeten verdoen om aan geld te geraken? Volgens een hoteleigenaar had de regering voldoende geld voorzien om aan iedereen te verdelen, maar er is enorm veel corruptie in het land. Bankiers hebben grote sommen nieuw geld gebruikt om deze door te sluizen naar rijken die hun zwart geld wilden witwassen in plaats van het onder de bevolking te verdelen. Als men de schuldigen vindt, dan worden die wel gestraft, maar corruptie is niet altijd makkelijk te bewijzen. Resultaat is een economische puinhoop. 

De voorspelling van de economische groei heeft men al met ruim een half procent naar beneden moeten bijsturen. Want heel veel mensen in India werken in de informele economie. Dagloners kunnen vaak niet uitbetaald worden en worden werkloos of moeten wachten op hun centen. Landbouwers kunnen geen nieuw plantgoed of zaden kopen omdat ze geen cash geld hebben. Men verwacht dat de oogst volgend jaar 10 tot 15% lager zal liggen dan verwacht, omwille van de geldproblemen. Kleine bedrijven kunnen hun personeel niet uitbetalen want niet alle mensen beschikken hier over een bankrekening. Enzovoort… Kortom, een goed bedoelde maatregel is compleet de mist in gegaan omwille van de welig tierende corruptie.

Nawalgargh en zijn haveli’s

We verlaten New Delhi en beginnen aan onze reis door Radjastan . Na veel wikken en wegen hebben we gekozen voor een trip met een auto en niet voor de combinatie van bus en trein. Deze keuze spaart ons veel tijd uit bij het zoeken naar transport en is zo te zien niet echt duurder dan een combinatie van bus en trein.

Onze eerste stop is Nawalgargh, op ongeveer 250 kilometer van Delhi. Drie uurtjes rijden zou je denken, maar niet zo in India. De eerste hindernis bestaat er in om weg te geraken uit het verkeerskluwen van Delhi. We rijden van de ene file naar de andere opstopping. Na ruim 2 uur geraken we Delhi uit en komen we een beetje vooruit. Maar het is weer snel voorbij, zodat we onze illusie om tegen de middag ter plekke te zijn, snel kunnen opbergen want de wegen zijn hier in erbarmelijke staat. Na een rit van acht uur komen we eindelijk op onze bestemming aan. Het lijken hier bijna Afrikaanse toestanden in het verkeer. De ecolodge waar we twee kamers hebben gereserveerd, is een prachtige plek waar we ons direct thuis voelen. De eigenaar van het complex probeert zo ecologisch mogelijk te leven en trekt dat ook door naar zijn klanten. Geen water laten verloren gaan, zelf groenten kweken, enkel vegetarische eten, geen alcohol enz... We hebben niet direct een reis à la Tournee Minerale voor ogen, maar gedurende drie dagen lijkt ons dit prima.

Na een rustige nacht trekken we de stad in. "Eigenlijk is het maar een gemeente”, zegt de patron, “want met zijn 70.000 inwoners mag je er in India het predicaat stad niet opkleven. Hier hebben steden minstens 1 miljoen inwoners." We zwijgen als vermoord, want Sint-Niklaas heeft net hetzelfde aantal inwoners en wij dachten dat we in een grote centrumstad wonen.


Nawalgargh is gekend voor zijn Haveli's. Dit zijn sjieke koopmanswoningen uit het begin van de 20ste eeuw. Nawalgargh was een halte op de zijderoute waardoor in deze gemeente heel wat Haveli's werden gebouwd. De mooiste en best bewaarde (en mooi gerestaureerde) is die van Podhar, een rijke koopman. Indiase kooplui mochten in die tijd zaken doen, als ze maar hun taksen betaalden aan de Britten. De rijkdom van de familie Podhar vormde later een trust en niemand minder dan Gandhi werd voorzitter van deze trust. Daarom dat er ook een kamer van de haveli aan Gandhi is gewijd. We wandelen verder door de stad op zoek naar andere haveli's. Er zijn er nog heel wat, maar we kunnen er alleen maar één bezoeken. Mooi maar wel eenvoudiger dan het Podhar-museum. Om terug naar onze lodge te geraken, nemen we een riksja. Ze hebben hier prachtig versierde, kitscherige voertuigen waarin we wel eens een ritje willen maken.

Mandawa, nog meer haveli’s

Vanuit Nawalgargh trekken we naar Mandawa, een stad vol Haveli's naar het schijnt. “Onder de weg moet je zeker Dondlud bezoeken”, zegt de patron van de ecolodge waar we verblijven. “Dat is veel authentieker.” Zo gezegd zo gedaan. En hij heeft het bij het rechte eind. Het Goenka Haveli-museum is een ongelooflijk authentieke plek. 

Niet zo fijn gerestaureerd als die in Nawalgarh, maar volledig bemeubeld met originele stukken uit het begin van de 20ste eeuw. Een geluidsinstallatie die 100 jaar oud is, fijn handgesneden houtwerk, originele meubelen, enz... Een beetje verder ligt een authentieke waterbron, maar ze staat kurkdroog. Het terrein is dan ook helemaal verlaten en in verval, maar het is nog steeds de moeite waard om te bezichtigen. Een prachtige plek.

We rijden door naar Mandawa en wandelen door de straten. Tientallen haveli's zie je hier. Maar de meeste zijn in verval geraakt. Enkel diegene die nog in gebruik zijn, meestal als een hotel, zijn gerestaureerd en kunnen bezichtigd worden.
Maar niet alleen de gebouwen interesseren ons. Het leven in de stad trekt ons ook aan. Ik film een groep kaartende oude mannen, een schrijnwerkerij, een koe die geïnteresseerd is in de winkeltjes en een schoenenhersteller. De mensen laten zich gewillig filmen. Ze vinden de aandacht zelfs leuk.


's Avonds praten we na met de eigenaar van onze eco-lodge. Hij heeft duidelijk principes. Hij probeert niet alleen zijn ecologische voetafdruk zo laag mogelijk te houden. Hij heeft ook een sociale en een culturele doelstelling. 5% van zijn omzet, een kwart van zijn winst, schenk hij aan een fonds dat hij heeft opgericht. Dat fonds steunt een school voor kinderen uit arme gezinnen. Hij is er duidelijk fier op en terecht. Hij vertelt dat ze de kinderen de film ‘Demain-Tomorrow’ hebben getoond, maar dat het toch te moeilijk was voor hen. Hij was er alvast van onder de indruk. Een tip om naar uit te kijken als we terug thuis zijn.

Bikaner, de drukte tegemoet

We trekken verder richting Bikaner. We moeten omrijden want de weg tussen Mandawa en Fethaipur ligt er abominabel bij. Het is triestig gesteld met de wegen in India. De kleinere wegen liggen vol met putten en bulten waarop je gemakkelijk je wagen kan stuk rijden. Er lopen ook regelmatig dieren op de weg: koeien, geiten, honden, ... Je moet er echt je kop bijhouden als je hier rijdt. Tegenliggers komen op het andere rijvak gereden om putten te vermijden. Het verbaast ons dat hier niet meer accidenten gebeuren.

In Fethaipur maken we een korte stop om de Haveli van Nadine Le Prince te bezichtigen. Le Prince was een Franse kunstenares die in de jaren '80 een verlaten Haveli heeft gekocht en deze volledig volgens de oude tradities en met de klassieke pigmenten heeft laten restaureren. Het is een prachtig complex, de moeite waard om te bezoeken.
We rijden verder naar Bikaner. Tot onze grote verrassing, ligt deze weg er goed bij. De eerste keer na een week India dat we op een deftige weg rijden. Aangekomen in de stad, willen we op verkenningstocht. We trekken met een riksja naar de oude stad waar het krioelt van de brommers en de auto's. Plots staan we voor een gesloten overweg. Op een mum van tijd staan er een paar honderd mensen te wachten voor de bareel. Maar niet iedereen kan het geduld opbrengen om te blijven staan. Mensen kruipen onder de slagboom, nemen hun kinderen mee of kantelen hun bromfiets om toch verder te kunnen. Zelfs als de trein nadert en zijn hoorn doet schallen, kruisen er nog mensen de spoorweg. Levensgevaarlijk. 

Een beetje verder aan de ingangspoort van de oude stad staan jonge mensen met gele papieren. Delen ze flyers uit? Rond wat? Het blijkt een petitieactie te zijn gericht tegen de import van goedkope Chinese producten. India first? De huidige Indiase regering voert een liberale en nationalistische koers. Zou het vanuit die hoek komen? We lezen in de kranten dat de Indiase regering een supporter is van Trump. Steunen ze Trump om de groeiende regionale macht van China te bekampen of zitten ze mee op dezelfde golflengte met India First? We weten het niet.
Nog wat verder merken we een groepje meisjes in uniform die alle bromfietsers tegen houden. Benieuwd naar het waarom gaan we een kijkje nemen. Het is een sensibiliseringsactie om de helm op te zetten. Inderdaad, quasi niemand draagt hier een helm. Iedereen krijgt een flyer met het reglement er op. De volgende stap is dat er boetes worden uitgedeeld als men geen helm opzet, vertrouwt één van de meisjes ons toe.


Terug in ons hotel, een oude haveli, heeft een filmploeg zich meester gemaakt van het hotel. Ze gaan hier een aantal avondscenes draaien voor een nieuwe Bollywoodfilm. De straat loopt snel vol met jongeren die een glimp van het spektakel proberen mee te ritselen. Meestal tevergeefs, want de politie schermt de straat af. Wij kijken even toe vanop het balkon om de sfeer van de filmset te proeven.

Jaisalmer en het Desert Festival

Op onze tocht door Radjastan willen we zeker Jaisalmer aandoen. Deze stad aan de rand van de woestijn organiseert jaarlijks het Desert Festival en daar willen we bij zijn. Als we de stad binnen rijden prijkt een groot fort boven de stad. Het is precies een zandkasteel dat op het strand is opgebouwd. Helemaal uit gele zandsteen torent het mooi uit boven de stad. Het is aangenaam wandelen doorheen de smalle straatjes en steegjes. Een paar prachtige haveli's maken de stad ook erg mooi. Op onze eerste dag in de stad begint het festival. 

We trekken naar het meer even buiten de stad, want daar vertrekt een processie. Folkloristische dansgroepen trekken doorheen de stad op weg naar het stadion. Honderden jonge vrouwen, prachtig uitgedost in traditionele klederdracht dragen kruiken met kokosnoten op hun hoofd, als symbool van vruchtbaarheid. Maar het hoogtepunt van de stoet zijn de prachtig versierde kamelen met daarop de plaatselijke fanfare gevolg door de mooi uitgedoste mannen die allemaal meedingen naar de titel van ‘Mister Desert’.

De stad oogt proper. Uiteraard lokt dit festival heel wat buitenlandse toeristen, maar het valt ons op dat er ook heel wat Indiase toeristen naar Jaisalmer zijn afgezakt. Er is de laatste jaren een grotere middenklasse ontstaan in India, vertelt een winkelier ons. Steeds meer mensen hebben gestudeerd. Een boekhouder of een leraar verdient nu ongeveer 20000 roepies (280€) per maand. Daarbij komt ook dat jonge vrouwen ook willen werken, waardoor je gezinnen met tweeverdieners krijgt, wat vroeger niet bestond. Met 560€ kan je behoorlijk leven in dit land, hoewel de prijzen, vooral de voedselprijzen de voorbije 10 jaar zowat verdubbeld zijn. Een Franse fotograaf die al 8 jaar regelmatig India bezoekt, bevestigt ons dit verhaal. Je ziet dat sommige mensen er op vooruit gaan. Je ziet meer en betere auto's in het straatbeeld en heel wat meer moto's. En er liggen ook veel minder bedelaars op straat. Wij zien die evolutie uiteraard niet en merken toch heel wat armoede en bedelaars in het straatbeeld, meer dan in andere landen die we hebben bezocht. Een dagloner, en dat is nog steeds de meerderheid hier, verdient zowat 3 à 400 roepies (4 à 6€)  per dag, of zowat 100 à 130€ per maand. Daar spring je niet ver mee.

De tweede dag van het festival valt een beetje tegen, maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt door de laatste dag. Daarvoor trekken we de woestijn in, naar de Sam Sand Dunes. Daar begint het spektakel met een heuse kamelenrace. Er worden niet minder dan vier series gelopen. De eerste twee van elke serie mogen deelnemen aan de finale. Het spel wordt bloedserieus gespeeld, want de winnaar krijgt 11.000 roepies, dat is hier een fikse som. De zadels worden getest, de dieren opgewarmd en de race kan beginnen. Duizenden mensen zijn naar de woestijn afgezakt en drummen zich een weg naar de beste plaats om de race te bekijken.

Ondertussen kan iedereen die het wenst een ritje maken op de massa’s kamelen die naar hier zijn afgezakt. We willen dit natuurlijk ook uittesten, het kost amper 1 euro en klimmen op de rug van zo’n bultig beest. Families met kinderen zakken af naar de duinen die voor de kinderen fungeren als een grote zandbak. Mensen zoeken een plaatsje om de muziek en de dans te kunnen bewonderen. Eetstandjes allerhande staan langs de weg. Hier heerst een ware kermissfeer. We installeren ons op een duin waar we een mooi zicht hebben op de zonsondergang. Onze buren blijken uit Jodhpur afkomstig te zijn. De vrouw spreekt een woordje Engels en vertelt dat ze sportlerares is. Ze heeft nog in het nationaal tafeltennisteam gespeeld. Ze is heel fier over haar kroost en terecht. Ze zijn allemaal mooi uitgedost naar dit prachtige feest afgezakt.


We blijven tot zonsondergang en keren dan terug naar ons hotel. Jaisalmer in het algemeen en het festival in het bijzonder is een bezoek meer dan waard.

India en hygiene

India heeft een levensgroot probleem met de hygiëne. Niet dat ik een properheidsfreak ben, verre van. En ik heb al genoeg door de wereld gereisd om niet uit te gaan van onze Westerse standaarden. Maar er is een groot probleem in India, niet in het minst door hun houding tegenover dieren. In het hindoeïsme is de koe heilig en mag hen niets in de weg worden gelegd. 

Koeien lopen dan ook overal vrijelijk rond in de steden, op straten, markten, wegen enz... Hetzelfde met buffels, geiten, honden, schapen en dergelijke. Maar dat wil ook zeggen dat al hun uitwerpselen op de straten terecht komen. Mensen trappen er in, stronten liggen tussen kramen waar men groenten, fruit of vlees komt kopen, kinderen spelen op de straten en pleinen waar ook de koeien en stieren lopen. Je moet niet veel verbeelding hebben om te weten tot welke problemen dit kan leiden. Daarenboven zit je in de zomer met temperaturen rond de 35 à 40 graden wat het probleem nog vergroot. Tegelijk is het zo dat je vaak open riolen hebt in de straten wat in het regenseizoen ervoor zorgt dat al het water en het vuil door de straten loopt, met alle gevolgen van dien. De levensverwachting in India ligt  met zijn 66 jaar lager dan die in arme landen als Bolivia en Peru, terwijl India over heel wat multimiljonairs beschikt. Ook het afval is een groot probleem. We hebben maar twee keer een vuilkar gezien en dat was dan nog in de betere buurten. In de gewone wijken moeten de mensen zichzelf vaak behelpen. Ze vegen het vuil bij mekaar, gooien het in hoeken en kanten of verbranden het zelf langs de kant. Daarbij komt dat de Indiase mannen ook op paan kauwen. Paan is een verslavend goedje gemaakt van betelnoten dat het hongergevoel vermindert en de tanden rood kleurt. Op alle mogelijke en onmogelijke momenten spuwen ze de resten van deze prut op de grond.
Ik heb niets tegen een godsdienst of een filosofie die respect heeft voor dieren, verre van. Maar deze situatie lijkt me niet respectvol, niet voor de mens noch voor de dieren. Koeien plastiek laten eten op straat of tussen het hectische verkeer laten laveren lijkt me niet echt diervriendelijk. Waarom brengt men die dieren niet samen op rustige velden waar ze gerust kunnen gedijen en waar mensen ze eten kunnen geven. Dit lijkt me niet meer van de 21ste eeuw, zeker niet in drukbevolkte steden zoals deze in India.

Deze cocktail zorgt er voor dat India een groot probleem heeft op het vlak van gezondheid en hygiëne. Dat kan je de mensen moeilijk ten kwade duiden. Dit is vooral te wijten aan een gebrek aan overheid. Als je India met China vergelijkt, we waren enkele jaren geleden in China, dan moet je toch constateren dat China dit soort problemen al lang achter zich heeft gelaten. Ze hebben er misschien andere gecreëerd, maar de hygiëne in China is van een hoog niveau.


India is een voorbeeld van een liberale staat, met weinig middelen voor een gebrekkig werkende overheid. Dat gaat duidelijk ten koste van de gezondheid van de mensen. Jammer, want het moet gezegd, de Indiase mensen zijn heel vriendelijk, lief en behulpzaam. Ze verdienen beter. Een Franse gids bevestigt onze indrukken. New Delhi is zowat de meest vervuilde stad van de wereld. De overheid laat het na om een goed georganiseerde vuilophaling op poten te zetten. Daarom brengen mensen zelf het vuil samen op hoopjes en verbranden ze het hier en daar in de stad. Plastiek, flessen, alles gaat mee de lucht in. Iemand noemde India “een schitterende vuilnisbelt”. Onze indrukken bevestigen deze beschrijving. 

Jodhpur, de blauwe stad

Ons volgende doel op onze rondreis doorheen Radjastan is Jodhpur, de blauwe stad genoemd, omdat hier heel wat huisjes in het blauw geschilderd zijn. Wanneer we de stad binnen rijden hebben we de indruk dat het hier iets minder arm is dan in de vorige steden die we hebben bezocht. 

Maar als we dezelfde avond de binnenstad bezoeken, zijn we getuige van een schrijnend tafereel. Op de centrale plaats, vlakbij de Clocktower, zeg maar de markt van de stad, zien we een groep mensen bezig met grondwerken. Mannen gooien stenen, zand en water in een betonmolen en maken het beton aan. Ze scheppen het in ijzeren kommen, zetten die op de hoofden van de vrouwen die ze dan wegdragen in de gegraven geul en daar uitkappen. Dat alles doen al deze mensen op hun teenslippers. Je houdt het bijna niet voor mogelijk. Maar het strafste merken we pas later op. Vlak boven het beton hangt een doek aan een houten balk. Af en toe duwt iemand tegen het doek, zodat deze beweegt. Wat dichterbij gekomen merken we dat er een kindje in ligt te slapen. De moeder draagt de beton aan en hoort haar kindje huilen. Het wiegen helpt blijkbaar niet meer. Ze haalt het kindje er uit en geeft hem te eten. Daarna gaat die terug in het doek aan de balk en kan de moeder verder werken.

Jodhpur is een stad vol contrasten want als we terug naar ons hotel trekken, horen we om de hoek een fanfare. We zien een processie voor een trouwfeest. Een man spreekt ons aan en vertelt dat zijn zus trouwt. Vuurwerk knalt in de lucht, de bruidegom zit op een wit paard en wordt omringd door mooi uitgedoste, dansende vrienden en familieleden. De muzikanten krijgen geld toegestopt van de feestvierders. Honderden mensen komen naar het feest. Dit feestje moet een fortuin kosten.
De dag nadien krijgen we nog meer van deze contrasten te zien. We bezoeken Jaswant Tada, een paleis ter herdenking van een overleden maharadja. Volledig in witte marmer met een goed onderhouden park errond. Van daaruit trekken we naar het Mehrangarh fort. Ruim twee uur wandelen we van de ene rijk versierde zaal naar de andere. Dit is wellicht het mooiste, grootste en rijkste fort van heel Radjastan. Maar als we afdalen naar de oude stad komen we in een drukke lawaaierige en haast onleefbare stad terecht. Boven de stad hangt een smog van uitlaatgassen en rook van verbranding van afval.
De dag erna trekken we de stad uit, op weg naar Osiyan, een kleinere stad met twee mooie tempels, een hindoe tempel en een jain tempel op een 50-tal kilometer van Jodhpur. De rust in dit stadje contrasteert enorm met de drukte van Jodhpur. De straten worden geveegd, het vuil wordt opgehaald. Voor het eerst zien we hier geen open riolen. Alle riolen zitten onder de grond. De geur van wierook en kruiden overheerst in de straten.


Op de terugweg passeren we langs de Mandore garden, een mooi park met daarin een paar oude tempels. Maar de show wordt hier gestolen door de apen. Bezoekers voederen de apen hier volop. Ze stoppen hen heelder zakken met bonen en erwten toe. Sommigen geven de apen zelfs bananen en pindanootjes wat uiteraard hun lievelingskost is. De BBC filmde hier ook voor Planet Earth. Mensen nemen selfies vlakbij de apen. Het is een leuke afsluiter van ons bezoek aan deze stad vol contrasten.

Udaipur, de meest romantische stad van India

Udaipur is onze volgende bestemming. De meest romantische stad van India, lezen we in de gidsen. Uitgerekend op Valentijn komen we hier aan. Het is een zeer mooie plek, opgebouwd rond twee meren. De eerste avond zoeken we een restaurantje op met zicht op het meer, zoals het op een Valentijn avond past. Ons verblijf, een paleisvormig huis, is ook prachtig. Een mooie binnentuin en een zonnig dakterras zorgen voor de nodige rust. Vanop het dak zien we allerlei vogels door de stad vliegen. We spotten zelfs een aap op de daken.

De dagen erna bezoeken we de verschillende bezienswaardigheden. Het eerste op de lijst is het City Palace, gelegen op een berg aan het meer. Het is een prachtig paleis. Alles is net iets verfijnder dan in de andere forten en paleizen die we al hebben bezocht. Nu we toch aan het meer zijn, waarom zouden we geen boottochtje maken, denken we, helemaal in onze modus van toerist. De boot brengt ons rond het meer. We merken dat er verschillende mensen hun kleren aan het wassen zijn en van de gelegenheid gebruik maken om ook zichzelf te schrobben. Later in de namiddag ga ik er langs om te filmen. De meeste mensen maken er geen probleem van. In de vooravond kopen we tickets voor een cultureel programma met muziek en dans uit de streek. Het kader, de binnenplaats van een oude haveli is helemaal geschikt voor dit spektakel. Een poppenspeler toont zijn virtuositeit in het bespelen van oude poppen en een oudere dame demonstreert hoe je met zes waterkruiken op het hoofd toch sierlijk kan bewegen.

De tweede dag trekken we uit de stad, op zoek naar twee hindoe tempels. Onze voorkeur gaat naar de 11de eeuwse Sas-Bahu. Na flink wat zoekwerk en enkele keren omrijden vinden we de restanten van deze tempel. De versieringen in de stenen zijn prachtig uitgekapt. Haast elke centimeter heeft de bijtel van de steenkapper gevoeld. Deze hebben hun fantasie kunnen botvieren want flink wat scènes zijn erotisch getint. Vlakbij de tempel ligt een meer. Heel wat vogels hebben zich hier genesteld, waaronder tal van aalscholvers. Plots valt ons oog op een marmerwitte pelikaan met een prachtige oranje zak onder de bek. Een pracht van een beest dat hier op een rots midden het meer wellicht haar eieren ligt uit te broeden.



Om de dag in stijl af te ronden, trekken we terug naar de stad om de Saheilon ki Bari garden te verkennen. Het is een mooi park met heel wat prachtige fonteinen. De Indiase mensen weten de weg er naartoe ook te vinden want ze kuieren hier in grote getale rond. Verliefde koppeltjes installeren zich op het gras of op een bankjes, iets wat we tot nu toe nog maar weinig hebben opgemerkt. In deze stad kan je moeilijk anders dan genieten van de pracht en de praal die deze plek te bieden heeft.

Jaipur, de roze stad

Jaipur, een stad van meer dan twee miljoen inwoners, noemen ze ook de roze stad. Niet omdat homo's hier vriendelijk worden bejegend, maar omdat de oude stad helemaal in het roze is geschilderd. Aanleiding was een bezoek van de prins van Wales in de 19de eeuw. Om de stad wat kleur te geven werden alle gebouwen in het roze geschilderd. En dat is zo gebleven. Het geeft aan de oude stad wel een bijzonder cachet. Maar Jaipur is vooral een erg drukke stad met een hels verkeer en getoeter langs alle kanten. Gevolg is een grote laag smog die je longen al snel doen verkrampen. De eerste indruk is dan ook niet zo fraai. 

De eerste dag bezoeken we het paleis van de winden, met zijn mooie gevel. De binnenkant stelt niet zoveel voor, maar de voorgevel maakt het bezoek de moeite waard. Om de hoek ligt het City Palace. Een mooi paleis, maar niet het allermooiste in Rajasthan. Een beetje verder ligt het observatorium. Dat spreekt ons meer aan. Gebouwd in de 17de eeuw maken we hier kennis met apparatuur allerhande om tijd en stand van de planeten exact te bepalen. Er staat zelfs een zonnewijzer die de tijd op 2 seconden juist aangeeft. Een huzarenstukje voor die tijd. We geraken in gesprek met een leraar aardrijkskunde die ons toelicht hoe dit wetenschappelijk onderzoek ook verband houdt met het geloof in astrologie in India.

De tweede dag gaan we op verkenning rond de stad. We rijden naar Amber en bezoeken het Amber Palace. De ligging van het fort, middenin de bergen en het fort zelf zijn adembenemend. Als bij toeval komen we twee vrienden uit Stekene hier tegen aan de mooiste zaal van het paleis, de spiegelzaal. Vanuit dit fort trekken we te voet naar het hoger geleden Jaigarh Fort. Er blijkt zelfs een tunnel te bestaan om van het ene naar het andere fort te gaan, maar die is niet open voor het publiek. Wij moeten over een geplaveide weg stevig klimmer naar het hoger gelegen fort. Het biedt ons een prachtig uitzicht op het Amber Palace en de schitterende omgeving.

Wat natuurlijk niet kan ontbreken op ons programma is een bezoek aan de Monkey temple. Niet zo zeer voor de tempel zelf, want die ligt er vrij verkommerd bij, maar voor de apen die hier rustig ronddartelen. Ze laten zich gewillig filmen alsof ze weten dat de meeste bezoekers naar hier komen om hun fratsen te bekijken. Maar zij zijn niet de enige bewoners. Hier leven blijkbaar ook een aantal monniken in wat men op zijn minst ascetische omstandigheden kan noemen.
De volgende dag vervolledigen we onze fortentocht en bezoeken we het Nawalgarth fort. Dat ligt in de bergen dichtbij Jaipur en geeft een mooi uitzicht op de stad. Dit paleis wordt vooral door Indiase toeristen bezocht. Buitenlandse toeristen zie je hier amper. In India gelden er steeds twee inkomtarieven: een voor de Indische en een voor de buitenlandse toeristen. Wij betalen meestal 5 maal meer dan een local. Daar hebben we op zich geen probleem mee. Het inkomen van de Indiase toeristen ligt zeker vijf keer lager dan dat van ons. En voor onze normen zijn de tarieven niet echt buitensporig. Meestal is dat om en bij de 200 roepies (3€), soms al eens 500 roepies (7,5€) en hoogst uitzonderlijk 1000 roepies (15€). Maar op onze weg naar het fort moeten we door een enorme mensenzee laveren. Moslims hebben blijkbaar verzamelen geblazen en zijn, gekleed in het wit, met pak en zak klaar om te vertrekken in gammele busjes. Blijkbaar is er een bedevaart naar Ajmer gepland en trekken duizenden moslims daar naartoe.


Om de dag af te sluiten, trekken we naar een olifantenboerderij. We willen eens een ritje maken op het lievelingsdier van onze kleinzoon. Het is niet de natuurlijke aard van zo'n dier om gedwee in de pas te lopen, maar we willen die indrukwekkende beesten toch eens van dichterbij beleven. Met een olifant op de foto, haar even knuffelen en een wens doen.... Het is misschien allemaal onnozel, maar waarom niet?

Safari in het Sariska tiger reserve

Het symbool van India, naast de olifant, is de tijger. Die zouden we dan ook graag in zijn natuurlijke omgeving spotten. We proberen vooraf online een safari te boeken, maar het systeem werkt blijkbaar niet. Ook het hotel waar we verblijven slaagt er niet in een safari vast te leggen. Zij proberen te bellen, maar krijgen enkel een antwoordapparaat aan de lijn dat verwijst naar de app om online te boeken. Dan maar op goed geluk naar het park in de hoop dat we een jeepsafari ter plekke kunnen regelen. Om 13u30 gaat het ticket office open en het lukt. 

Naast ons zijn er nog twee Indiase mannen die graag met ons mee willen. We boeken samen een jeep voor zes personen, met chauffeur en gids. De twee mannen komen uit Mumbai, maar zijn voor hun werk in Delhi en hebben een dagje vrijaf. Zij werken als onderzoekers in een overheidsinstelling en doen onderzoek naar de effecten van radioactieve straling op het dna van planten. Dat is weer een andere kant van India: op technologisch vlak is India niet echt een ontwikkelingsland. Ze beschikken over atoomwapens, sturen raketten en satellieten de lucht en hun computerprogrammeurs werken nu ook al voor Bpost. Ze zijn erg benieuwd in wie we zijn en wat we komen doen. Hun eerste vraag is erg typisch voor India: wat is uw religie? Als ik zeg dat we niet gelovig zijn, dan schrikken ze even. Dat antwoord hadden ze niet verwacht. Zelf zijn ze allebei protestants. Ze zijn niet alleen collega's, ze zijn ook vrienden en maken samen muziek, o.a. in de kerk. Protestanten zijn een kleine minderheid in India, maar onder invloed van de Britten die hier jarenlang de plak hebben gezwaaid, hebben toch heel wat mensen zich bekeerd tot de godsdienst van de kolonisator.

Onze safari kan beginnen. We zijn er ons van bewust dat de kans om een tijger te spotten erg klein is. In 2004 is de laatste tijger in het reservaat uitgestorven, of liever uitgemoord. Maar enkele jaren geleden hebben ze tijgers van elders naar het reservaat overgebracht. Die hebben zich kunnen voortplanten, waardoor er nu een 14-tal zouden leven in het park. Luipaarden zijn er meer, een zestigtal naar verluidt. De gids vertelt dat ze gisteren nog een tijger hebben gespot, maar dat was wel vroeg in de ochtend. Misschien hebben we het geluk aan onze kant.
We trekken in een open jeep het park in. Is dit wel veilig, vragen we ons af? De gids stelt ons gerust. Die beesten vallen geen jeeps aan, je mag op je twee oren slapen.

Een tijger spotten is ons niet gelukt. Maar een opmerkzame Indiase medepassagier merkt plots een luipaard in een boom. Een pracht van een beest dat ons natuurlijk goed in de gaten houdt vanuit zijn uitkijkpost. We staan hier oog in oog met een luipaard, amper een twintigtal meter van ons verwijderd, zittend in een open jeep. Spannend. Na het tijdje houdt hij het voor bekeken en loopt hij weg. Maar het luipaard was niet het enige dier dat we hier hebben gespot. Herten groot en klein, pauwen, krokodillen, tal van watervogels wiens naam we niet allemaal kennen, een leguaan, jakhalzen en twee wilde katten. We krijgen ze allemaal mooi in beeld. Onze safari is meer dan geslaagd.

India en godsdienst

Ik denk niet dat we al een land bereisd hebben waar de godsdienst zo nadrukkelijk aanwezig is in het straatbeeld dan in India. 80 procent van de Indiase mensen zijn Hindoe. Overal zie je Hindoe tempels of plekken waar mensen even stil staan om een gebedje te prevelen. Heel wat mensen hebben ook een teken op hun voorhoofd, een tikka. Volgens het Hindoeïsme zijn er drie goden die de wereld overheersen. Brahma, de schepper, Vishnu, de beschermer en Shiva, de verwoester. Vishnu beschermde de wereld door zichzelf verschillende malen te reïncarneren in tijden van crisis. Dat mensen in één of meerdere goden willen geloven is ieders eigen keuze. 

Maar het Hindoeïsme heeft m.i. een enorme impact op de ontwikkeling van dit land. Niet alleen op het vlak van de hygiëne (zie het stukje hierover). Ook het kastensysteem dat al meer dan 1500 jaar in deze godsdienst zit ingebed, hoewel het officieel volgens de wet is afgeschaft, leeft het nog steeds voort. Iedereen behoort tot een bepaalde kaste. In het Hindoeïsme zijn er vier kasten. De Brahman, de priesters, zijn de hoogste kaste, daaronder komen de Kshatria, de strijders, de Vaishya kaste, de businessmensen en als laatste heb je de Shudhra, de gewone boeren en arbeiders. Deze vier kasten mogen geen contact hebben met de ‘onaantastbaren’, zeg maar de rechtelozen. Iedereen is geboren binnen een kaste en kan daar binnen zijn leven niet uitkomen. De kaste waarin je bent geboren bepaalt welk beroep je mag uitvoeren. Je mag ook enkel sociale contacten onderhouden met mensen uit je eigen kaste. Trouwen, eten,… dat mag niet met mensen uit een andere kaste. Alleen in een volgend leven kan dat veranderen. Dit kastensysteem, een onaantastbaar klassensysteem, zorgt er voor dat de situatie van mensen eigenlijk uitzichtloos is en ze vrij gelaten hun situatie ondergaan. 

Geen sociale mobiliteit. En dat merk je. Geen stress bij de Indiase mensen, wel veel armoede. Maar blijkbaar is er ook op dit vlak iets aan het veranderen. In september 2016 ging zo goed als heel India plat bij de grootste staking ooit in de wereld. Niet minder dan 150 miljoen mensen gingen in staking voor hogere lonen en betere werkomstandigheden. Een groot deel van de Indiase economie werd verlamd. De meeste scholen bleven dicht, er reden geen treinen of bussen en ook heel wat IT-bedrijven sloten preventief de deuren. Het land telt zo’n 500 miljoen werkende mensen, maar de overgrote meerderheid daarvan (tot 94 procent) werkt in de informele sector met zo goed als geen sociale zekerheid, lage lonen en slechte werkomstandigheden. Er beweegt dus blijkbaar wat in dit immense grote land. 

Agra, meer dan de Taj Mahal

Stilaan zakken we terug af naar ons vertrekpunt, New Delhi. Maar Agra, de thuisbasis van de beroemde Taj Mahal kan uiteraard niet ontbreken op onze trip. Van Jaipur naar Agra rijden we door een heel vruchtbaar agrarisch gebied. We zijn nu eind februari en de Indiase lente doet zijn intrede. Sommige groenten kunnen al geoogst worden. In India kan men meestal twee keer per jaar oogsten. Tot onze verbazing merken we overal stapels met gedroogde koeienstront. Blijkbaar drogen de mensen die om het kookvuur te laten branden of te verwarmen. De ronde grammofoonplaten liggen langs de kant van de weg te drogen. De droge exemplaren worden op een vaak kunstige manier tot stapels verwerkt. 

Tussen de vele steenbakkerijen die we passeren, aan stenen hebben ze hier duidelijk geen gebrek, zien we tientallen mensen op het land aardappelen rapen en in jute zakken stoppen. Een activiteit die bij ons ook helemaal met mankracht werd uitgevoerd, zowat 50 jaar geleden.
Vooraleer we Agra binnenrijden passeren we langs Fathepur Sikri. Het ligt op onze route, dus handig om het als eerste te bezoeken. Fathepur Sikri is een fort, zeg maar een stad die werd gebouwd in de 16 de eeuw, vooraleer de moguls hun intrek namen in Agra. Door langdurige droogte hebben ze deze plek verlaten. Het immense complex ligt er zeer goed bewaard bij. Het zijn mooie, uitgestrekte gebouwen in rode steen, een steensoort die je hier uitgebreid vindt. We komen duidelijk in een meer toeristisch gebied, want bussen en busjes verzamelen hier op de parking om hun groepen toeristen af te zetten. Met de toeristen komen natuurlijk ook de kraampjes en de agressieve verkopers mee. We zullen er weer aan moeten wennen.

De volgende dag beginnen we met een bezoek aan het Red Fort van Agra. We schrikken van de immense grootte van het complex. Een deel is opgetrokken in de rode steen, maar bijna de helft is ook opgetrokken in witte marmer. Het mooie zonlicht weerkaatst hierop in al zijn helderheid en maakt een zonnebril tot een noodzakelijk attribuut. Deze streek is trouwens heel rijk aan diverse gesteenten. We zijn heel wat marmer en graniet groeven gepasseerd en op de weg rijden camions af en aan met gigantische blokken steen.

Na een korte middagstop trekken we naar een van de wereldwonderen, de Taj Mahal. We hebben een paar uur wachtrij ingecalculeerd, maar tot onze grote verbazing kunnen we zonder veel aan te schuiven de poort betreden. Eenmaal binnen verschijnt dit prachtige mausoleum. In de 17e eeuw gaf de Indiase grootmogol Sjah Jahan de opdracht om dit grafmonument te bouwen voor zijn hoofdechtgenote Mumtaz Mahal, die in het kraambed was gestorven. Na zijn eigen dood is ook het lichaam van Sjah Jahan er in bijgezet. Het licht zit perfect om prachtige foto's te nemen. De azuurblauwe hemel contrasteert met het fel witte marmer. De Taj Mahal lost helemaal zijn beloftes in. Het is een prachtig complex dat op geen enkel moment zijn betovering loslaat. We bekijken het gebouw langs alle kanten, ook de binnenkant. Het moet gezegd, de buitenkant is echt wel de mooiste.

We trekken de stad in en nemen een riksja naar de Sadar bazar, het grootste winkelcomplex van Agra. Hier zijn de winkels en de waren die ze verkopen van betere kwaliteit en je ziet dat ook aan het volk dat hier rondloopt. Zij zijn duidelijk beter gekleed. In de straten rond de bazar zijn mensen een voetpad aan het aanleggen voor hun deur. We vragen ons af of zij dit nu zelf moeten betalen of dat ze het materiaal van de stad krijgen. Ze spreken onvoldoende Engels om dat te weten te komen.

De dag nadien trekken we naar de Baby Taj. Het is een tombe die voor de Taj Mahal is opgetrokken en ook veel kleiner is, vandaar zijn bijnaam. Maar het marmerwerk en de versieringen zijn van een grotere frivoliteit en kunstigheid dan die van de Taj Mahal. Mensen hadden ons gewaarschuwd dat we ontgoocheld zouden zijn als we die na de grote Taj Mahal zouden bezoeken, maar dat is toch niet het geval. Het laatste monument dat we in Agra bezoeken is de Sikandra. Opnieuw een tombe, opgericht door mogul Akbar. Je moet over een grote dosis grootheidswaanzin beschikken om zo'n grote tombe op te richten voor jezelf. Het is een complex van meer dan 100 hectares met in het midden de gigantische tombe, omringd door grote tuinen met daarin tientallen gazelles. Een prachtig rustpunt midden de drukke stad.


Maar in Agra voelen we ons soms een heilige melkkoe. Nergens anders zijn de toegangsprijzen voor monumenten zo hoog. 1000 roepies (15 €) betaal je hier frequent als inkomprijs, een tarief dat we zelden elders moesten betalen. Daarbovenop moet je betalen om foto's te trekken, om te filmen, om je schoenen uit te trekken enz.. Agra is dan ook de meest toeristische stad van India. Maar wij willen ook de plekken verkennen waar de toeristen niet komen. Daarom trekken we na een deugddoende lunch de Old bazar binnen en gooien ons volop in de drukte en het lawaai. We krijgen een beeld van hoe de mensen in Agra leven. Een leven dat wij nooit gewoon zouden kunnen worden. Hoe mensen in deze heksenketel kunnen overleven is voor ons een raadsel.