Delhi was het beginpunt maar is ook het eindpunt van onze
rondreis. Via een splinternieuwe autoweg, amper 2 jaar oud, trekken we van Agra
terug naar de hoofdstad. Hoe hard we ook hebben gesakkerd op de abominabele
wegen in India, des te vlekkelozer verloopt deze rit. Aan 100 kilometer per uur
stormen we Delhi binnen. De chauffeur die ons veilig en wel heeft rondgevoerd,
is van de Sikh godsdienst. Zelf is hij niet zo spraakzaam en beheerst hij het
Engels niet voldoende om ons goed te informeren over zijn geloofsgemeenschap.
Daarom willen we de Sikh tempel in Delhi een bezoekje brengen. We worden er
direct opgevangen door iemand van de toeristische dienst. Hij kent Belgiƫ en
wijst er ons op dat er ook een Sikh tempel in Sint-Truiden bestaat, opgericht
voor de vele Sikhs die daar fruit komen plukken. Hij leidt ons rond in de
tempel. Daar is het al goud dat blinkt. Ruim 200 kilogram goud is er in
verwerkt. Het krioelt er van het volk.
Onze gids vertelt dat de Sikh godsdienst
ruim 500 jaar geleden is opgericht door hun goeroe. Uitgangspunt is dat alle
mensen gelijk zijn, van welk ras, origine, of geslacht dan ook. Zij verzetten
zich ook tegen het kastensysteem van de Hindoes. "If you want to do good for god, do good
for the people" is hun uitgangspunt. Dat klinkt ons goed in de
oren. Ze hebben het in hun beginjaren hard te verduren gekregen en hebben
moeten vechten voor hun plaats in de samenleving. Vandaar de dolk die ze altijd
bij zich moeten dragen, als symbool van de krijger. De andere 4 regels die een
Sikh moet respecteren zijn: je haar en baard nooit knippen, je hoofd bedekken,
vandaar de altijd aanwezige tulband, een korte onderbroek dragen (zogezegd om
je sexuele driften te bedwingen :) ) , een armband dragen ( om je er aan te
herinneren dat je moet werken) en een kam dragen in het haar (om het haar te
verzorgen).
Naast hun tempel hebben ze een keuken en een refter. Daar geven ze
eten aan iedereen die komt, rijk of arm, Sikh of geen Sikh. Naar het schijnt
geven ze daar 30.000 mensen eten, elke dag. Honderden vrijwilligers zijn in de
weer om het eten klaar te maken in reusachtige kuipen. We krijgen een
rondleiding in de keuken en mogen even helpen met brood bakken. Zelf schuiven
we niet aan om geen gevaar te lopen om ziek te worden, maar al bij al lijkt het
vrij hygiƫnisch in hun keuken. In een mum van tijd zit heel de refter vol en
krijgt iedereen eten uitgedeeld. We wandelen van de tempel naar het centrale
Connaught plein. Onderweg zien we miserie die we eerder nog niet in Delhi
hadden gezien. Tientallen mensen liggen langs de kant. Sommigen met
verminkingen. Velen bedelen bij de voorbijgangers of liggen onder een deken te
slapen. Het is hard om te zien, beseffend dat je dit niet kan oplossen, maar
tegelijk kan je je er ook niet voor afsluiten. Je kan hier en daar iemand wat
roepies toesteken, maar daarmee verander je weinig of niets. We staan weer met
onze beide voeten in de Indiase werkelijkheid die er een is van erg grote
contrasten.
De dag erna trekken we eerst naar de Lotus tempel, het
symbool van weer een andere godsdienst, Bahai. Zij probeerden alle godsdiensten
samen te brengen. Hun tempel heeft de vorm van een reusachtige lotusbloem. 27 blaadjes
heeft die bloem en zo ook de marmeren tempel die je al van ver ziet opduiken.
Het is zondag en het is er behoorlijk druk. Mensen schuiven aan om de tempel
van binnen te zien. Het is er echt licht, een mooie, sobere ruimte.
Van daaruit trekken we naar Raj Gath, waar de memorial voor
Mahatma Gandhi is opgetrokken. Het is een sober monument, maar wel een
historisch belangrijke plaats, de plek waar hij in 1947 werd vermoord. Hij
wordt vandaag nog altijd beschouwd als de vader van het vaderland.
Ons laatste bezoek van de dag is het Red Fort. Ook hier een
zee van volk, vooral Indiase mensen. Het is een reusachtig park met hier en
daar een paleis uit de 17de eeuw. We hebben er echter al zoveel gezien en
zoveel mooie paleizen dat we niet meer onder de indruk geraken van het fort.
Tijd om terug naar huis te gaan.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten