donderdag 2 maart 2017

Jaisalmer en het Desert Festival

Op onze tocht door Radjastan willen we zeker Jaisalmer aandoen. Deze stad aan de rand van de woestijn organiseert jaarlijks het Desert Festival en daar willen we bij zijn. Als we de stad binnen rijden prijkt een groot fort boven de stad. Het is precies een zandkasteel dat op het strand is opgebouwd. Helemaal uit gele zandsteen torent het mooi uit boven de stad. Het is aangenaam wandelen doorheen de smalle straatjes en steegjes. Een paar prachtige haveli's maken de stad ook erg mooi. Op onze eerste dag in de stad begint het festival. 

We trekken naar het meer even buiten de stad, want daar vertrekt een processie. Folkloristische dansgroepen trekken doorheen de stad op weg naar het stadion. Honderden jonge vrouwen, prachtig uitgedost in traditionele klederdracht dragen kruiken met kokosnoten op hun hoofd, als symbool van vruchtbaarheid. Maar het hoogtepunt van de stoet zijn de prachtig versierde kamelen met daarop de plaatselijke fanfare gevolg door de mooi uitgedoste mannen die allemaal meedingen naar de titel van ‘Mister Desert’.

De stad oogt proper. Uiteraard lokt dit festival heel wat buitenlandse toeristen, maar het valt ons op dat er ook heel wat Indiase toeristen naar Jaisalmer zijn afgezakt. Er is de laatste jaren een grotere middenklasse ontstaan in India, vertelt een winkelier ons. Steeds meer mensen hebben gestudeerd. Een boekhouder of een leraar verdient nu ongeveer 20000 roepies (280€) per maand. Daarbij komt ook dat jonge vrouwen ook willen werken, waardoor je gezinnen met tweeverdieners krijgt, wat vroeger niet bestond. Met 560€ kan je behoorlijk leven in dit land, hoewel de prijzen, vooral de voedselprijzen de voorbije 10 jaar zowat verdubbeld zijn. Een Franse fotograaf die al 8 jaar regelmatig India bezoekt, bevestigt ons dit verhaal. Je ziet dat sommige mensen er op vooruit gaan. Je ziet meer en betere auto's in het straatbeeld en heel wat meer moto's. En er liggen ook veel minder bedelaars op straat. Wij zien die evolutie uiteraard niet en merken toch heel wat armoede en bedelaars in het straatbeeld, meer dan in andere landen die we hebben bezocht. Een dagloner, en dat is nog steeds de meerderheid hier, verdient zowat 3 à 400 roepies (4 à 6€)  per dag, of zowat 100 à 130€ per maand. Daar spring je niet ver mee.

De tweede dag van het festival valt een beetje tegen, maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt door de laatste dag. Daarvoor trekken we de woestijn in, naar de Sam Sand Dunes. Daar begint het spektakel met een heuse kamelenrace. Er worden niet minder dan vier series gelopen. De eerste twee van elke serie mogen deelnemen aan de finale. Het spel wordt bloedserieus gespeeld, want de winnaar krijgt 11.000 roepies, dat is hier een fikse som. De zadels worden getest, de dieren opgewarmd en de race kan beginnen. Duizenden mensen zijn naar de woestijn afgezakt en drummen zich een weg naar de beste plaats om de race te bekijken.

Ondertussen kan iedereen die het wenst een ritje maken op de massa’s kamelen die naar hier zijn afgezakt. We willen dit natuurlijk ook uittesten, het kost amper 1 euro en klimmen op de rug van zo’n bultig beest. Families met kinderen zakken af naar de duinen die voor de kinderen fungeren als een grote zandbak. Mensen zoeken een plaatsje om de muziek en de dans te kunnen bewonderen. Eetstandjes allerhande staan langs de weg. Hier heerst een ware kermissfeer. We installeren ons op een duin waar we een mooi zicht hebben op de zonsondergang. Onze buren blijken uit Jodhpur afkomstig te zijn. De vrouw spreekt een woordje Engels en vertelt dat ze sportlerares is. Ze heeft nog in het nationaal tafeltennisteam gespeeld. Ze is heel fier over haar kroost en terecht. Ze zijn allemaal mooi uitgedost naar dit prachtige feest afgezakt.


We blijven tot zonsondergang en keren dan terug naar ons hotel. Jaisalmer in het algemeen en het festival in het bijzonder is een bezoek meer dan waard.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten