Jaipur, een stad van meer dan twee miljoen inwoners, noemen
ze ook de roze stad. Niet omdat homo's hier vriendelijk worden bejegend, maar
omdat de oude stad helemaal in het roze is geschilderd. Aanleiding was een
bezoek van de prins van Wales in de 19de eeuw. Om de stad wat kleur te geven
werden alle gebouwen in het roze geschilderd. En dat is zo gebleven. Het geeft
aan de oude stad wel een bijzonder cachet. Maar Jaipur is vooral een erg drukke
stad met een hels verkeer en getoeter langs alle kanten. Gevolg is een grote
laag smog die je longen al snel doen verkrampen. De eerste indruk is dan ook
niet zo fraai.
De eerste dag bezoeken we het paleis van de winden, met zijn
mooie gevel. De binnenkant stelt niet zoveel voor, maar de voorgevel maakt het
bezoek de moeite waard. Om de hoek ligt het City Palace. Een mooi paleis, maar
niet het allermooiste in Rajasthan. Een beetje verder ligt het observatorium.
Dat spreekt ons meer aan. Gebouwd in de 17de eeuw maken we hier kennis met
apparatuur allerhande om tijd en stand van de planeten exact te bepalen. Er
staat zelfs een zonnewijzer die de tijd op 2 seconden juist aangeeft. Een
huzarenstukje voor die tijd. We geraken in gesprek met een leraar
aardrijkskunde die ons toelicht hoe dit wetenschappelijk onderzoek ook verband
houdt met het geloof in astrologie in India.
De tweede dag gaan we op verkenning rond de stad. We rijden
naar Amber en bezoeken het Amber Palace. De ligging van het fort, middenin de
bergen en het fort zelf zijn adembenemend. Als bij toeval komen we twee
vrienden uit Stekene hier tegen aan de mooiste zaal van het paleis, de
spiegelzaal. Vanuit dit fort trekken we te voet naar het hoger geleden Jaigarh
Fort. Er blijkt zelfs een tunnel te bestaan om van het ene naar het andere fort
te gaan, maar die is niet open voor het publiek. Wij moeten over een geplaveide
weg stevig klimmer naar het hoger gelegen fort. Het biedt ons een prachtig
uitzicht op het Amber Palace en de schitterende omgeving.
Wat natuurlijk niet kan ontbreken op ons programma is een
bezoek aan de Monkey temple. Niet zo zeer voor de tempel zelf, want die ligt er
vrij verkommerd bij, maar voor de apen die hier rustig ronddartelen. Ze laten
zich gewillig filmen alsof ze weten dat de meeste bezoekers naar hier komen om
hun fratsen te bekijken. Maar zij zijn niet de enige bewoners. Hier leven
blijkbaar ook een aantal monniken in wat men op zijn minst ascetische
omstandigheden kan noemen.
De volgende dag vervolledigen we onze fortentocht en
bezoeken we het Nawalgarth fort. Dat ligt in de bergen dichtbij Jaipur en geeft
een mooi uitzicht op de stad. Dit paleis wordt vooral door Indiase toeristen bezocht.
Buitenlandse toeristen zie je hier amper. In India gelden er steeds twee
inkomtarieven: een voor de Indische en een voor de buitenlandse toeristen. Wij
betalen meestal 5 maal meer dan een local. Daar hebben we op zich geen probleem
mee. Het inkomen van de Indiase toeristen ligt zeker vijf keer lager dan dat
van ons. En voor onze normen zijn de tarieven niet echt buitensporig. Meestal
is dat om en bij de 200 roepies (3€), soms al eens 500 roepies (7,5€) en hoogst
uitzonderlijk 1000 roepies (15€). Maar op onze weg naar het fort moeten we door
een enorme mensenzee laveren. Moslims hebben blijkbaar verzamelen geblazen en
zijn, gekleed in het wit, met pak en zak klaar om te vertrekken in gammele
busjes. Blijkbaar is er een bedevaart naar Ajmer gepland en trekken duizenden
moslims daar naartoe.
Om de dag af te sluiten, trekken we naar een
olifantenboerderij. We willen eens een ritje maken op het lievelingsdier van
onze kleinzoon. Het is niet de natuurlijke aard van zo'n dier om gedwee in de
pas te lopen, maar we willen die indrukwekkende beesten toch eens van dichterbij
beleven. Met een olifant op de foto, haar even knuffelen en een wens doen....
Het is misschien allemaal onnozel, maar waarom niet?




Geen opmerkingen:
Een reactie posten